Playlist:
A Pretty Day In Malmö (mixtape) British Sea Power - Remember Me (cds)
Clinic - Walking With Thee (cd) Destiny's Child - Nasty Girl Get-Up Kids - I'm A Loner Dottie, A Rebel Lambchop - Is A Woman (cd) The Langley Schools Music Project - Innocence & Despair (cd) New Flesh - Understanding (cd) Sean Na Na - Double Date Brian Wilson - Love & Mercy (live)
Factory or Fiction?: Sp!ked Online interviewt Tony Wilson over de film 24-Hour Party People, over de Mancunian muziekscene tussen '76 en '92.
De Delgados lijken bijna klaar met de opnames van hun nieuwe album.
SpottieOttieDopalicious: een nieuwe editie van Kindamuzik's Webradio van mijn hand, met nummers van onder meer Sean Na Na, de Microphones, Fog, New Flesh en het Langley Schools Music Project.
Brainiac gespeeld door Squarepusher. Zo omschrijft Bleedmusic de nieuwe single van Chikinki. Een omschrijving waar je eigenlijk niets mee kunt, maar wel aangeeft dat deze Bristolse band ánders klinkt. Je kunt Like It Or Leave It downloaden op de site van hun platenlabel, Sink And Stove Records.
Sunday, March 31, 2002
Splendid recenseert het Telefunk/Willard Grant Conspiracy-album. Ik heb ze al een mailtje gestuurd waarin ik ze op de diverse fouten wijs - Telefunk zijn géén Duitse band en de zangeres heet Simone Holsbeek níet Esther Sprikkelman, zij zong vroeger in de Nightblooms en vandaag de dag in Safe Home - dus dat hoeft niet meer.
Releases om naar uit te kijken:
* Op het Australische Trifekta Label verschijnt op 1 april een ep met twee songs geschreven en uitgevoerd door Evan Dando en Ben Lee, ondersteund door Jason Schwartzman en Tom Petersson van Cheap Trick. De voormalig (?) frontman van de Lemonheads staat donderdag trouwens in de Paradiso (met in het naprogramma de dames van Damer die hun debuut-ep zullen presenteren).
* Stuart Braithwaite (Mogwai) en Adian Moffat (Arab Strap) coveren onder meer The Fall en Atomic Kitten op de ep die ze hebben opgenomen onder de naam de Sick Anchors die 22 April zal verschijnen op Lost Dog Recordings.
Julie Burchill leek gisteravond (woensdag) niet van de Nederlandse televisie te branden. In de nieuwste editie van Hard Gras staat een Nederlandse vertaling van haar boek over David Beckham en ze kwam blijkbaar graag naar Amsterdam om daarover te worden geïnterviewd door onder meer Studio Sport en RTL Boulevard (eeh, d'r was reclame tijdens Buffy op Net 5 dus ik zapte wat doelloos in het rond. Vandaar). Het was vooral leuk om te merken dat beide programma's eigenlijk geen idee hadden wat ze nu met die mevrouw en haar boek aanmoesten want - uitgaande van de interviews en de eerste helft van het eerste hoofdstuk dat ik vanmiddag in de trein naar huis las - is het nóch een boek over Beckham, de Voetballer noch over Beckham, de Celebrity maar een boek over Beckham, Teken van de Ondergang van de Typische Britse Working Class Man. Burchill - ze begon ooit als boze tiener tijdens punk bij de NME, momenteel is ze een van de best betaalde columnisten van Groot Brittannië - is een meester in dit soort pop.-cultureel gefilosofeer. Ze overspoelt je met een zodanige hoeveelheid wilde theorieën, vergezochte verbanden en psychologie van de koude grond dat zo ongeveer elke mogelijkheid tot redelijk nadenken je wordt afgenomen en haar argumenten plots volkomen logisch en vanzelfsprekend lijken, maar dat hoort bij het genre. Het proza is van eenzelfde terughoudendheid. Ik weet dat ik de neiging heb tot het construeren van onmogelijk lange zinnen vol bijzinnen en terzijdes - liefst tussen gedachtestreepjes - en probeer me op deze pagina (vaak tevergeefs) me niet te veel laten gaan. Maar Burchill houdt zich niet in en stort de ene pompeuze volzin na de andere over je heen. Heerlijk. Ben overigens benieuwd hoe het boek verder is. Uit de interviews kreeg ik nogal de indruk dat ze maar een paar ideeën had - Beckham die sarongs en het ondergoed van z'n vrouw draagt, met name - die ze gewoon vaak bleef herhalen. Ik hoop dat het boek iets meer inhoud heeft. Op de site van Hard Gras trouwens ook een voorproefje.
Thursday, March 28, 2002
Juridische problemen voor de zanger van de Icarus Line nadat hij tijdens een concert in het Hardrock Cafe van Austin (ihkv het SXSW-festival) een gitaar van Stevie Ray Vaughan van de muur rukte. Check het bewijsmateriaal bij MTV. Rock'n'roll!!
SXSW-verslagen: eentje bij het Popinstituut en eentje geschreven door Remco en Bart van Incense bij MusicFrom.
Biscuit Tin Comics: niet bepaald veel te zien hier, maar de twee afleveringen Alternative Rock - over een parallel universum waar rocksterren een échte baan hebben - zijn erg leuk.
Een boel interessante indiepop MP3-tips bij Think Small.
Luister naar Handcream For A Generation, het nieuwe album van Cornershop, in realaudio bij de NME.
Bands To Bet On: onder meer Death Cab For Cutie, de White Stripes en Burning Airlines maar ook Five For Fighting.
Spamradio: computerstem leest spammailtjes voor over lekker bubbelende electronica. (via Zone 5300)
Wednesday, March 27, 2002
De tweede Radio Mortale-avond van dit jaar - afgelopen donderdag in Volta in Amsterdam - werd helaas een stuk minder goed bezocht dan de eerste, in februari. Dat is met name lullig voor openingsact Aanplak Harrie die helemaal uit Zwolle zijn overgekomen. Aanplak Harrie is de band van Jan Jaap De Vries, voormalig Singer/Songwriter-finalist van de Grote Prijs van Nederland, en doet in Nederlandstalige gitaarpopliedjes. Helaas worden de gebruikelijke valkuilen van dit genre allesbehalve omzeild en gaat er van de muziek van het trio een nogal kleinkunsterige sfeer uit. Met net iets te slimmige teksten die bovendien knap driestemmig gezongen worden, krijg je dat al snel en openen met een nummer dat Dit Is De Soundcheck heet maakt het allemaal nog net dát beetje erger. Aardig is het nummer over Hennie Vrienten die z'n vrouw inruilde voor een jongere vriendin dat bol stond van de Doe Maar-citaten, maar het bleef allemaal erg cabaretesk. Het is niet moeilijk te zien waarom Dollygrip - de tweede band van de avond - een missing Excelsior-band wordt genoemd, want ze bevinden zich precies op het punt waar Johan, Daryll Ann en Caesar elkaar kruisen. Charmante, doorwrochte gitaarpop. Misschien wel iets te doorwrocht. De liedjes zitten allemaal zó ingenieus in elkaar dat ze goed als allemaal topzwaar van de goede bedoelingen roemloos ten onder gingen. Zonde, want tijdens de soundcheck spelen ze aantal eenvoudige, bloedmooie, directe liedjes - waaronder een ongelooflijk lief jazzy, beetje bossa nova-achtig dingetje - die ze, waarschijnlijk wegens problemen met een brom in de akoestische gitaar, tijdens het échte optreden achterwege laten. Het ligt overigens niet alleen aan de competitie (of: het gebrek aan) dat de Represailles het absolute hoogtepunt van de avond waren. Het komt niet vaak voor dat hiphop live beter klinkt dan op plaat, zeker niet bij nederhop, maar bij de Represailles klopt zo ongeveer alles. Okay, ze maken het zichzelf gemakkelijk door veel van hun zelfgeknutselde - soms ietwat houterig klinkende beats - thuis te laten en doen hun ding vanavond over onder meer instrumentale versies van Extince's Zoete Inval en recente hits van (als ik het me goed herinner) Busta Rhymes en Mystical, maar het is zowel energiek en onderhoudend als verstaanbaar. En vooral dat laatste is voor de Represailles een pluspunt, want de teksten van het vocale duo zijn (bijna) pure poezië. Meer Paul Van Oostaijen dan Def P. Letterlijk elke zin staat bol van de dubbele bodems, onverwachte wendingen en woordgrappen. Beter en leuker zelfs dan Extince en Brainpower, want niet bang om zichzelf niet al te serieus te nemen. Absolute prijsnummer is Luv Is U Bettulfielt waarin - inderdaad over díe muzikale begeleiding - een ontroerend middelbare school liefdesverhaaltje wordt ingepakt in zoveel jaren '80-referenties dat je je begint af te vragen of dat decennium misschien uit meer dan tien jaar bestond. In dit nummer tevens een bijrol voor het vierde lid van de crew (naast de twee rappers, staat er nog een dj achter de draaitafels). De verveeld kijkende dame met skibril en grote bos platinablonde krullen (pruik?) die de rest van het optreden werkloos achter de drumkit zit, mag het refrein zingen. Kan wat mij betreft net zo'n hit worden als Puff Daddy's I'll Be Missing You.
Tuesday, March 26, 2002
Nieuw op nummer 22 in de Trash That Beat lijst in de Vera-krant: This Is Dance Floor Numerology van North Of America. In het begeleidend schrijven wordt de wens uitgesproken dit combo ook eens live te kunnen bekijken. Voor zo ver ik weet (oud postje van mij in nl.muziek) hebben ze in 2000 al een keer in Vera gestaan. North Of America is al een tijdje een van m'n favoriete bandjes - hun albums These Songs Are Cursed en Elements of an Incomplete Map zijn dikke aanraders, deze nieuwste ken ik helaas nog niet. Muzikaal bevindt het zich bijna ongeveer bijna precies tussen Pavement en Trumans Water; old-skool indierock dus - en ik vond het destijds ook erg jammer dat ze niet ergens dichter in de buurt van de Randstad speelden. Het is trouwens moeilijk actuele informatie over deze Canadezen te vinden. Het lijkt er op dat North Of America de allerlaatste band ter wereld zónder eigen webstek is. We moeten het dus doen met de sites van hun platenmaatschappijen Matlock (Noord-Amerika) en Rewika (Europa). Op die laatste pagina vinden we - behalve een handvol MP3'tjes - het nieuws dat ze in Mei weer naar Europa zullen komen en in ieder geval uitgebreid door Duitsland zullen toeren. Nou maar hopen dat iemand ze ook naar Nederland haalt. Als voorproefje (of als in-plaats-van) kun je bij You As The Driver trouwens een tweetal live-tracks downloaden.
En er valt meer te neer te halen: een exclusieve, 3-track, internet onlyRinocerose Is Dead ep van het Franse Rinocerose bijvoorbeeld. Je moet wel eerst registreren aan de hand van je e-mail-adres en voor je geestelijke gesteldhied valt het aan te raden tijdens het downloaden het geluid van je computer uit te zetten want de site komt met achtergrondmuziek. En nou is zo'n loop eventjes leuk, maar na een tijdje gaat de lol er wel vanaf. Hou daar dus rekening mee als je via je telefoonverbinding aan de slag gaat...
Van het Schotse Dawn of the Replicants kun je een heel album aan vergeten en verborgen tracks downloaden (waaronder de oorspronkelijke versie van hun hit Cocain On The Catwalk). De band zelf lijkt helaas niet meer te bestaan.
Saturday, March 23, 2002
Het begint er steeds meer op te lijken dat Bis echt de weg kwijt is. Gisteravond, live in de Paradiso, kwam hun synthipop nog wel aardig tot z'n recht. Zowel ondanks als dankzij de omstandigheden overigens. Dat wil zeggen dat het geluid weer eens behoorlijk beroerd was, maar dat hun speciale electro-georienteerde optreden aardig binnen het concept van zo'n I Love The 80ies avond pastte (ook om dat Steven van de band voor het optreden zelf een paar plaatjes mocht opzetten bijvoorbeeld). Eurodisco klonk alsof het minstens net zo'n klassieker was als Human League's Don't You Want Me en de recente nummers als Silver Spoon en What You're Afraid Of (van hun nieuwe album Return To Central) en Are You Ready (van de vorig jaar verschenen en niet bepaald om over naar huis te schrijven ep, Music For A Stranger World) klonken alsof ze zó op de soundtrack van een willekeurige John Hughes-film of Michael J. Fox-vehikel uit de diepe jaren '80 hadden kunnen staan. Alhoewel zang en gitaar misschien niet echt lekker uit de verf kwamen klonken de electronische beats en bliepjes stevig en strak. Maar thuis, in de cd-speler, valt hun nieuwe album erg tegen. Er staan misschien twee á drie leuke nummers op (onder meer Robotic, met vocale bijdrage van Mogwai's Stuart Braithwaite) en voor de rest erg veel gezichtsloze gedrochten. Saai en zonder een greintje humor. Het probleem is volgens mij dat ze té volwassen proberen te klinken. De beste electronische pop van het moment - Alice Deejay, Fischerspooner, Lasqo, Freezepop - klinkt in de regel uitgelaten en optimistisch. Zelfs Ladytron verluchtigt z'n koele oostblokmuziek met een vleugje ironie. Bis klinkt vandaag de dag slechts verbitterd en donker. En saai. Dat is wel eens anders geweest. Ze verkochten zelf voor en na het concert de live-cd Play Some Real Songs, waarop een uitgebreide selectie nummers van hun beginperiode (95-97) is te horen. Ja, het is schreeuwerig en kinderlijk maar ook verschrikkelijk aanstekelijk en opwindend. Dat ze sindsdien een nieuwe muzikale richting zijn ingeslagen is wellicht begrijpelijk, maar het is jammer dat ze die energie van toen ook zijn verloren. Helaas verkochten ze zelf geen exemplaren van hun Factory Records covers ep (verschenen op Oscarr Records, gerund door de mensen van Mount Florida). Moet ik het wellicht toch maar via het internet proberen, en sowieso een ander kadootje voor m'n dit weekend jarige broertje verzinnen. Hun, op het nieuwe album als hidden track te vinden, versie van Love Will Tear Us Apart is in ieder geval een traktatie (en helaas ook meteen het hoogtepunt van het album).
Thursday, March 21, 2002
The Bellrays, verantwoordelijk voor een van de hoogtepunten op de eerste Stereo DIY MP3 CD, hebben getekend bij Alan McGee's Poptones. Begin Mei verschijnt er een album, Meet The Bellrays, voorafgegaan door een single, Fire On The Moon, in April. Eind Maart zijn ze voor een aantal optredens in Nederland.
Ook Sparta - u weet wel: naast de Mars Volta die andere At The Drive In-afsplitsing - komt voor optredens naar Europa. De band staat 28 Mei in de Milkweg (sic) in Amsterdam. Hun debuut-ep Austere verschijnt eind deze maand op Dreamworks.
Aanstaande donderdag (21.3) vind er een nieuwe Radio Mortale-avond plaats in de Volta in Amsterdam. Met Aanplak Harrie (de band van Janjaap De Vries, ex-finalist Grote Prijs van Nederland, afdeling Singer/Songwriter), Dollygrip (gitaarpop met Beatles-, Pavement-, Neil Young-, Pixies- etc invloeden) en Represailles (nederhop die nu eens *niet* klinkt als een Osdorp Posse-kloon). Aanvang: 21:00. Kosten: EUR3.50. Adres: Houtmankade 334-336, Amsterdam. Meer info: radiomortale.com.
Hmmm. Het concert van Le Tigre in Amsterdam lijkt te zijn afgelast. Hun toerschema vermeldt, qua Nederlandse concerten, momenteel alleen nog Waterkant (sic) in Rotterdam op 25 mei.
Beluister (in realaudio) het nieuwe album van Bis, Return To Central, bij Intro. De band staat overigens woensdag in de Paradiso (in het kader van een We Love The 80's-avond..) en donderdag in Rotown, Rotterdam.
The End Of Subjectivity: Tim Midgett (van Silkworm) berekent wat de Beste Band Allertijden is, op de site van Matador.
Stemmig en Hitsig In De Mix: Sietse Meijer over bootlegs in het Parool. 2Manydjs.org, de site naar aanleiding van de mix-cd van de gebroeders DeWaele, is trouwens ook een bezoekje waard. Bijvoorbeeld vanwege de vermeldingen van zowel Jona Lewie (You Will Always Find Me At The Kitchen At Parties) als de Yeah Yeah Yeahs (binnenkort in het voorprogramma van Jon Spencer) in hun top 10.
Monday, March 18, 2002
Okay dan. Dag 2 van het London Calling festival. Begint met Jakob Golden. Type gevoelige jongeman met akoestische gitaar die denkt dat-ie Jeff Buckley is. Heeft zelfs al z'n eigen Hallelujah, in de vorm van een cover van Nina Simone's The Other Woman. De reden dat het zo'n indruk lijkt te maken, ligt vooral aan de omstandigheden - bar en grote deur zijn dicht en het publiek zo stil dat het gekraak en gepiep van de vloer de enige storende factoren zijn. Want echt bijzonder is het om eerlijk te zijn niet.
De heren van British Sea Power hebben hun extra vrije dag in Amsterdam - door het op het laatste moment uitvallen van British Sea Power spelen ze beide dagen - klaarblijkelijk doorgebracht in het Vondelpark op zoek naar takken waar ze het podium in de bovenzaal me hebben aangekleed (de reiger lijken ze ergens onderweg te hebben verloren, uil en gewei zijn nog wel present). Concludeerde ik gisteren nog dat het een 'doomrock band met surrealistische inslag' was, na vanavond stel ik mijn oordeel bij tot 'surrealistische band met toevallig een fascinatie van jaren '80 wave á la Joy Division en The Sound'. Net als bijvoorbeeld Clinic en Dawn Of The Replicants is British Sea Power zo'n band die doet vermoeden dat er in Engeland plekken zijn die meer op Mars lijken dan op de rest van de wereld. British Sea Power zal nooit Ahoy uitverkopen of op de cover van Oor staan en na een eventueel tweede album zullen we nooit meer wat van ze horen, maar bands als dit zijn de kruidnagels in de kaas van de muziekwereld.
...it's about getting fucked up. As was the last one. And the one after this. Alhoewel hij sinds een tijdje niet meer met z'n broer William in één band zit, is er verder weinig veranderd in het universum van Jim Reid. Nog steeds, nu met Freeheat, weet hij het maximale liedje uit een minimaal aantal akkoorden en een paar luide gitaren te toveren. Maar toch. Ik heb de Jesus & Mary Chain (helaas) nooit live gezien, maar in mijn fantasie - lees: luchtgitaar spelend op Some Candy Talking en I Hate Rock'n'Roll - klonken ze anders; vooral iets minder bluesrockerig. De oudere jongeren in het publiek knikken desalniettemin tevreden. Ik denk ik dat ik vandaag Psychocandy (en m'n luchtgitaar) maar weer eens uit de kast trek.
In de bovenzaal is het dringen geblazen bij Melys. Geen idee waarom. Ik snap niet zo goed waarom voor de rest toch redelijk weldenkende mensen als Seedling, John Peel en het Transformed Dreams label hier zo warm voor lopen. In mijn oren is het niet meer dan een ver na de uiterste houdbaarheidsdatum opgewarmd overblijfsel van een toch al aan alle kanten uitgewoond Britpopbouwpakket. Het soort band waar om al de verkeerde redenen het etiket 'een beetje raar' wordt opgeplakt en eigenlijk nooit het stadium van voorrondes van een lokale bandjes wedstrijd zouden hebben mogen overstijgen. Het zijn vast hele aardige mensen, maar hun liedjes klinken te geforceerd en te bedacht om te blijven hangen. Het wordt, kortom, een minuut of twintig op de trap in de gang zitten wachten totdat het allemaal is overgewaaid.
Een ding moet je ze nageven dit jaar. De Paradiso selecteert deze keer precies de goeie bandjes die in de echoput die de Grote Zaal heet mogen spelen. Ook de bombastische rock - ergens tussen Muse en Starsailor - van Haven kan wel wat galm gebruiken. Maar na, dankzij Freeheat, weer aan de genialiteit van de Jesus & Mary Chain herinnerd te zijn, doet alles met meer dan drie akkoorden me plots denken 'kom op jongens, waarom zo ingewikkeld??' en mompel ik bij de uithalen van de zanger stilletjes 'joh, moet dat zo overdreven??' en op andere momenten 'Gitaarsolo's. Waarom eigenlijk??'. Competent, een aantal mooie nummers (singles Beautiful Thing en Say Something bijvoorbeeld), maar verder weinig vonken. Desalniettemin plezierig bijkomen van Melys en opladen voor Trailer Bride.
En dat laatste is hard nodig. Wat die band hier te zoeken heeft is een groot raadsel. Trailer Bride - uit Chapel Hill, North Carolina - doet in Soggy Bottom Boys-muziek. Authentieke kuntrie-walsjes, hillbilly-deunen en honkytonk-wijsjes met staande bas, mondharmonica en banjo. Daar sta je dan in je Brassy t-shirt. Het is óf een hele slechte grap óf er is ergens ooit een e-mailtje of een contract op een verkeerde stapel beland, met als gevolg dat er straks op het Blue Highways festival een stel bleke Britten met Gallagher-kapsels Smiths- en Beatles-riffs staan te recyclen ten overstaan van een zaal vol verbaasde cowboyhoeden. Nu maar hopen dat de Bees al deze ontberingen waard zijn. En, och, dat zijn ze tot op zekere hoogte. Een lui mengsel van luie funk en luie reggae gespeeld door blanke mannen met baarden, wollen mutsen en trompetten. Had ik al gezegd dat het lui was?? Vooral de meneer achter het orgel lijkt in slaap gevallen te zijn. Had misschien beter tot z'n recht gekomen op het Drum Rhythm Festival, maar dankzij leuke liedjes als No Trophy en Punchbag doet het het hier ook voorwaar niet slecht als afsluiter (volgens het programma speelt Trailer Bride na afloop nóg een keer. Ha! Dacht het niet!).
Al met al een zeer geslaagde editie van London Calling. Misschien dat ik het moeten missen van Ikara Colt heb lopen overcompenseren door dat wat ik wél zag allemaal net iets te positief te benaderen, maar wat maakt dat uit. In het verleden was de voorpret van dit festival vaak leuker dan de avond(en) zelf. Dat je urenlang stond te gapen in een zo goed als lege grote zaal, in de hoop dat dat ene bandje dat ergens diep in de nacht in de kleine zaal zou staan waar je wel eens wat over in NME had gelezen wél de moeite waard zou zijn, maar dit jaar was het gezellig druk en wat mij betreft sloeg de verveling pas ergens halverwege de tweede avond toe en aan het lijstje Bands Om In De Gaten Te Houden zijn de Desert Hearts en British Sea Power toegevoegd. Voorwaar geen slechte score.
Sunday, March 17, 2002
Grumble. Fuck. Godver. Zijn mijn eerste drie woorden bij het zien van het programma van de eerste avond van het London Calling festival bij binnenkomst in de Paradiso gisteravond. Ikara Colt speelt als allerlaatste, om half één, en kan ik dus niet zien. Er blijken sinds een tijdje geen nachtbussen meer van Amsterdam naar dit stukje provincie te rijden en ik moet dus gewoon de laatste trein halen. Ikara Colt was míjn bandje van deze editie. Verwachtte er veel van, keek er erg naar uit en had tegen alles en iedereen al lopen te verkondigen dat dit het hoogtepunt zou worden. En nu puntje bij paaltje kwam zou ik ze zelf niet eens kunnen zien. Grumble, fuck en godver dus.
En of dat nog niet erg genoeg was, bleek het cd- en merchandise standje dit jaar verzorgd te worden door Concerto. Nogmaals grumble, fuck en godver. De mogelijkheid tot het kopen van een cd'tje dan wel t-shirtje bij een concert juist zo interessant omdat a) het meestal goedkoper is dan in een normale platenzaak, b) er soms exclusieve dingetjes verkrijgbaar zijn (of je kunt je zojuist aangeschafte hebbedingetje meteen laten signeren door de bassist of ander willekeurig bandlid dat zelf de verkoop staat te doen) en c) je weet dat er een groter deel van de opbrengst rechtstreeks naar de band vloeit. Drie redenen die dus níet opgaan als een en ander gewoon door een platenzaak aan de man wordt gebracht. Uit principe dus nog maar niet het album van Ikara Colt gekocht. Doe ik van de week wel (en in een andere Amsterdamse platenzaak).
Kortom, in een niet al te opperbest humeur sleepte ik mezelf de trap op naar de kleine zaal voor het voor mij verder ook onbekende Desert Hearts (vernoemd naar een lesbische cult-film als je google mag geloven) om á la minute te worden opgepept door de frisse dwarse rock van die Belfastse drietal. Er gebeurt in principe weinig nieuws. Zoals zo velen - zie ook: Urusei Yatsura, Seafood etc. - lijken ze wel eens een plaatje van Sonic Youth en de Pixies te hebben gehoord, maar dankzij een flinke dosis jeugdig enthousiasme en onervarenheid weten ze net te doen alsof het allemaal zelf hebben verzonnen. Vooral de gitarist/zanger is erg in z'n sas in zijn rol als heuze rockster en doet alle juiste poses terwijl hij zich uitleeft op z'n gitaar. Dankzij diezelfde dosis enthousiasme en onervarenheid rommelt het overigens ook aan behoorlijk wat kanten en niet alle nummers bereiken op de gewenste wijze hun einde (sommige bereiken zelfs hun begin niet) en de ballads klinken alhoewel lief en ontroerend, ook erg simplistisch. Maar, oh oh oh, wat een schattig bandje.
Weer beneden komt Paradiso's eigenschap te klinken als een ongelovelijke galmbak (tenzij het totaan het balkon vol zit) goed tot z'n recht in de flink aangezette doomrock met surrealistische inslag van British Sea Power. Je kunt je afvragen of de wereld zit te wachten op het type Joy Division-variant dat een opgezette reiger en dito uil het podium op sjouwt en met grote ogen heel hard over de hoofden van het publiek heen staart (dat kunnen overigens ook de drugs zijn), vermakelijk is het op een of andere manier wel. Ik moet vooral denken aan Mansun. Niet omdat het daar veel op lijkt, maar omdat die ook zo verschrikkelijk onhip waren en dat ze ook hélemáál niets kon schelen. En met wat Mansun een paar jaar geleden deed, daar doet Muse momenteel flinke zalen mee doen vol lopen. Dus je weet het maar nooit.
Het is kilometers maken geblazen op London Calling, hoor, want we moeten de trap weer op voor AM60. Vier New Yorkers die, in tegenstelling tot hun ietwat humorloze uitstraling en punkachtige voorkomen, studentikoze lolbroekenpop in de trant van They Might Be Giants en Ben Folds Five (maar dan zonder piano) maken. Meestal een beetje jazzy of bossa nova, vaak vals en helaas soms ook nogal funkrock en met met uitgestreken gezicht gezongen teksten als Fat girl, you all I ever wanted en Treble, bass, midrange, alcohol, love and pain. Om vervolgens weer naar beneden te gaan om filmpjes te kijken met Simian. De band staat in het donker z'n ding te doen - soort van Beta Band met echte liedjes of, zoals u wilt Pink Floyd - onder een immens scherm waarop veel religieus getinte beelden maar ook mannetjes die met een auto van de ring van Saturnus afdonderen. Alhoewel erg mooie muziek, werd het zelfs met de visuele aankleding op den duur nogal saai.
Zou je de Amerikanen van AM60 op een Brits popfestival als dit nog door de vingers kunnen zien omdat ze niet bepaald Amerikaans klinken en hun plaat bij het Britse Shifty Disco label is verschenen, aan het Noorse St. Thomas is helemaal niets Brits want een op en top continentaal Europese interpretatie van typisch Amerikaanse klanken. Schaamteloos en zonder enig respect voor bestaande tradities of een greintje ironie vergrijpen Thomas Hansen cum suis zich aan rootsy Amerikaanse genres als country en folk met een hoogst vermakelijk resultaten. Ja, hij klinkt als twee druppels als water als Neil Young en z'n liedjes zijn haast niet écht te onderscheiden en in handen van anderen had dit een hele foute parodie kunnen zijn. Maar dit zijn Scandinaviërs, die hebben net zo veel gevoel voor ironie als Duitsers en wat hier gebeurt komt in volle ernst tot stand. Wat Stereo Total doet voor (met?) pop in het algemeen, doet St. Thomas met het zich langzaam maar zeker veel te serieus nemende Americana cq alt.country-gebeuren. De totale unselfconsciousheid is een verademing. Je zult Ryan Adams niet zo snel zó dansend als St. Thomas op een podium aantreffen of liedjes zingen over de Hives of zichzelf en z'n bandleden voorstellen aan het publiek aan de hand van hun leeftijd. Na een minuut of twintig hou ik het desalniettemin voor gezien. Het is erg leuk, maar meer dan genoeg geweest voor vanavond. Per slot van rekening wacht ons nog een avond London Calling-festival.
Saturday, March 16, 2002
Een dag of tien geleden lag het tweede nummer van Careless Talk Costs Lives bij mij op de deurmat. Careless Talk is het nieuwste project van Everett True (ex-Melody Maker, ex-Vox, ontdekker van Grunge), samen met onder meer fotograaf Steve Gullick en mensen als Stevie Chick (van de NME en Sleaze Nation) en Alistair Fitchett (van Tangents) leveren ook bijdragen. Het doel is om met dit nieuwe muziektijdschrift - ondertitel: the new music press - binnen twee jaar de bestaande (Britse) muziekpers omver te hebben geworpen. Daarom heette het eerste nummer ook #12 en ligt er nu, zo'n twee maanden later, dus #11. Nu lijkt het er inderdaad op dat de NME over twee jaar niet meer zal bestaan, maar of Careless Talk daar een groot aandeel in zal hebben gehad waag ik te betwijfelen. Want alhoewel een erg sympathiek initiatief - en een muziekblad dat opent met een artikel over Alec Empire om op de volgende pagina Lambchop te behandelen zal ik altijd toejuichen - heeft het blad een naar mijn gevoel nogal verbitterde ondertoon die het van begin tot eind doorworstelen van de 80 pagina's tot nogal een zware kluif maakt. In een recent interview in Drowned In Sound zegt True dat hij nog nooit iets van de Strokes gehoord heeft. Nou moet hij dat in principe zelf weten, maar de in een dergelijke uitspraak verborgen liggende principiële afkeer tegen hype en bandjes die de NME ook goed zou kunnen vinden lijkt in Careless Talk nogal de overhand te hebben. Vooral de recensies zijn me iets te analytisch en overdacht en missen het blinde enthousiasme over nieuwe bandjes en plaatjes dat je juist alleen in de kolommen van dit soort onafhankelijke uitgaves kunt aantreffen en het ontbreekt ze aan de humor van die in de NME. In de artikelen - bijvoorbeeld ook over Princess Superstar, de Pattern en Dismemberment Plan - is dat gelukkig minder, alhoewel True daar natuurlijk het niet kan laten te paraderen met zijn vriendschappelijke banden met Courtney Love. Maar goed, dat weet je van te voren. Desalniettemin zal ik, als ik deze editie uit heb, weer vol verwachting uitkijken naar het volgende nummer. #10 dus.
Er blijkt ook - al een tijdje geleden zelfs - een nieuwe, tweede editie van het West Friese mini-muziektijdschriftje I Hate Music te zijn verschenen. Geheel in de fanzine-traditie zo'n jaar of twee na nummer één. 36 kleine (iets groter dan een cd-hoesje) pagina's met kliktips, leuke strips, mooie tekeningen, artikelen over korte songs, boeken over jazz en onbuitenlandse goede Nederlandse platen en recensies van boeken (twee) en platen (ook twee). Muzikaal fladdert het van jaren '80 hardcore tot Aretha Franklin, Oblivians en, wel, jazz dus. En dat voor één Euro. Aanbevelenswaardig. Hoe in bezit te geraken van dit kleinood is ietwat onduidelijk. Ik kwam van de week toevallig bij platenzaak Dropstyle in Hoorn waar ze gewoon te koop zijn, maar anders kun je waarschijnlijk het best mailen naar Mr. I Hate Music zelf via: nielsch(at)planet.nl.
Verder in de bladen... Tangents over onder meer Colourbox, Clinic en Slumber Party... op de website van Spittoons And Sabres een aantal artikelen uit de zojuist verschenen tweede editie, zoals interviews met de Lone Pigeon (ex-Beta Band) en DJ Plus One... in Modular #9 interviews met onder andere Riviera en de Heavy Blinkers en het eerste deel in een serie over moderne Franse pop.... en exclusief ...And You Will Know Us By The Trail Of Dead-wallpaper bij Spex.
Wednesday, March 13, 2002
Mag ik alvast een tip geven voor de jaarlijstjes?? For Who You Are, het debuutalbum van Face Tomorrow. Verschijnt pas in juni, op Reflections Records, maar als ze ook maar een fractie van de energie en agressie en moment die ze maandagavond op het podium van de Amsterdamse Winston in zich hadden op dat zilveren schijfje weten vast te leggen wordt het een waar meesterwerk. Mijn hemel, ik wíst dat ze goed waren, maar niet dat ze zó goed waren. Als typische Rotterdamse punkband - zie ook Apers, Oil, de Lulabelles etc - zijn ze overtuigd DIY-ers en hebben afgelopen jaar zelf twee ep's uitgebracht en deden ze optredens in zo'n beetje elke boerenschuur in Nederland én talloze punkholen door Europa, met als gevolg dat hun explosieve mengsel van (de beste elementen van, zelfs) At The Drive-In, System Of A Down, Get Up Kids en Radiohead tot in de puntjes gepolijst en verfijnd is en vandaag de dag tegelijkertijd klinkt als het muzikale equivalent van een klap in je gezicht als zorgt voor van kop tot teen kippevel. Hard, strak, geweldige songs - huidige single Worth The Wait is niet eens het prijsnummer -, wagonladingen uitstraling en een zanger die zowel de longen uit z'n lijf schreeuwt als kan uithalen als Jeff Buckley. Zelfs het mysterieuze gekraak in de linkerbox, waardoor alle bands vanavond al geplaagd werden, kan daar allemaal weinig aan verhelpen.
Er speelden dus nog meer bandjes. Ha! Alsof dat er nog iets toe doet. Het Amerikaanse Garrison had de pech ná Face Tomorrow te moeten spelen, maar ik vrees dat hun beetje wollige punkvariant anders ook niet al te veel indruk had gemaakt. Toen ik binnen kwam stond er een ander Amerikaans (?) bandje op het podium dat niet overdienstelijke poppy hardcoreliedjes ten gehore bracht. Geen idee hoe ze heetten en ze waren ook niet bepaald bijzonder genoeg om moeite de doen om dat proberen te achterhalen. Deluge vervolgens, deden met hun zichzelf overschreeuwende, nogal logge hardcore met een flinke toef metal alsof je ook op Texel hééél erg boos kan zijn over, weet-je-wel, dingen. De pianoriedels tijdens de meer ingetogen momenten waren desalniettemin een aardig detail. Runt, uit Canada, op hun beurt zagen er uit alsof ze 12 waren en deden weer in poppy punk. Niet slecht, aardige liedjes, maar volgens mij heeft Bad Religion met hun meest recente album al bewezen dat één Bad Religion vandaag de dag al overbodig is.